missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Pater Hugo Van den Haute

dinsdag 15 november 2016 door J.V.
  Zaterdagmorgen, 12 november 2016, iets na vijf uur, is onze confrater,
 
Hugo Van den Haute


in Sint-Jan te Genk op de palliatieve zorgen zachtjes ingeslapen.

Hugo werd op 25 juli 1930 geboren te Ninove, in het bisdom Gent, in een talrijk gezin met acht kinderen. De familie hield een linnenwinkel en een drukkerij. Hugo volgde de eerste twee jaren van de Latijns-Griekse humaniora in het Sint-Aloysiuscollege te Ninove en de laatste vier jaren in het Sint-Jozefcollege bij de jezuïeten te Aalst. Hugo ontmoette er missionarissen en begon zelf ook te dromen. “Ook de scouts en de KSA, de jeugdbewegingen waarvan ik lid was, maakten ons voor zulke idealen warm. We hadden het voortdurend over opofferen en delen met anderen. ‘Ons devies is dienen’, zongen wij luid. Aan het einde van mijn humaniora was mijn toekomst dan ook vrij duidelijk.” In september 1949 trad hij binnen bij de Witte Paters te Boechout. Na het noviciaat te Varsenare mocht hij naar Canada vertrekken om zijn theologische studies in Eastview te doen. Hij legde zijn missionariseed af op 18 juni 1955 en werd priester gewijd op 28 januari 1956. Zijn professoren beschrijven Hugo als evenwichtig en man van plicht, dienstbaar en aangenaam in gemeenschap; hij heeft een solied innerlijk leven en dringt zich nooit op, kan initiatief nemen en zijn plan trekken. Zijn humor wordt zeer op prijs gesteld. Een van hen vat het zo samen: “Hugo zal niet veel lawaai maken maar veel goed doen”.

Na een maand in het Verenigd Koninkrijk om er de British way of life aan te leren en zes maanden ‘koloniale wetenschappen’ te Leuven, vertrekt Hugo op 30 maart 1957 als eerste Belgische Witte Pater naar het bisdom Tamale in Ghana (zoals Gold Coast sinds 6 maart, dag van zijn onafhankelijkheid, werd genoemd). Eerst per vliegtuig van Melsbroek naar Hamburg; vervolgens met een cargoboot via Le Havre naar West-Afrika en ten slotte met trein en bus van de havenstad Takoradi tot Tamale. Daar trof hij zijn confraters en een paar honderd gelovigen in aanbidding voor het Kruis: het was Goede Vrijdag, april 1957. Op Paaszaterdag brachten twee confraters hem verder naar het afgelegen noorden, naar Wiagha. Het was 30 graden, herinnerde hij zich nog. Hij werd er assistant parish priest (wat toch zoveel mooier klinkt dan ons Vlaamse ‘onderpastoor’ van vroeger). Gemakshalve noemen de mensen hem al vlug “Father Van”. Daar leert hij zijn eerste Ghanese taal, anderen zullen volgen. Hij ondergaat er ook zijn eerste malaria-aanvallen. In december 1960 verhuist hij naar Bawku in het bisdom Navrongo, waar hij verantwoordelijke wordt voor de scholen. Niet voor lang echter, want na de moord op Patrice Lumumba op 17 januari 1961, verplicht de sinds enkele maanden aan de macht gekomen president Kwame Nkrumah alle Belgen binnen de 48 uur Ghana te verlaten. Diezelfde dag vertrekt Hugo naar het toenmalige Opper-Volta, waar hij opgevangen wordt in het taalcentrum voor More te Gilongu. Toen hij klaar was met het examen van More, in augustus 1961, mocht hij echter terug naar Ghana vertrekken… De hoofdreden van de vlugge terugkeer van de Belgen leek te zijn dat Ghana zijn handelsbetrekkingen met de chocoladeproducenten veilig wilde stellen. Hij keert terug naar Bawku, tot hij in januari 1964 naar Navrongo wordt geroepen om de taak van algemeen inspecteur van de scholen op zich te nemen. In die functie kwam Hugo nogal streng en (te) veeleisend over. Na zijn verlof in België en de grote retraite in Rome, wordt hij professor van Frans en Latijn op het Klein seminarie van Navrongo. Twee jaar later neemt hij dezelfde taak op zich in de Navrongo Secondary School, waar hij ook de lessen godsdienst verzekert. Als er ergens een noodsituatie ontstaat, weet de bisschop dat hij altijd op Hugo beroep kan doen om in te springen… Zo gaat Hugo voor enkele maanden naar Sirigu, alvorens in december 1971 terug te keren naar Bawku, waarvan hij in 1975 pastoor wordt. In 1977 is hij pastoor in Garu. Vermits de streek vaak door hongersnood werd getroffen, combineerden de paters eucharistievieringen in de dorpen met projecties van diapositieven om landbouwmethodes te promoten. Ook andere onderwerpen werden besproken: voeding, hygiëne, bescherming tegen malaria en diarree, de nadelen van ongecontroleerde broussebranden… Hugo zoekt in Europa subsidies voor verschillende projecten. Hij zal gedurende zijn 57 jaar missiewerk bij elk verlof kunnen rekenen op de gulheid van het thuisfront te Ninove. Zo hadden voor Hugo een twintigtal ‘missiefeesten’ plaats in het St-Aloysiuscollege. Geïnspireerd door Hugo, heeft zijn schoonbroer Jef Lambrechts het ‘Felix Fonds’ opgericht, dat verschillende projecten financiert. Op pastoraal vlak gingen veel van Hugo’s inspanningen prioritair naar de voorbereiding van de jonge trouwlustigen en de jonge gezinnen, en naar de jeugd. “Hierbij is de vorming van verantwoordelijken voor allerlei bestuurszaken zeer belangrijk. Wij besteden ook veel aandacht aan de opleiding van ‘dorpsgebedlezers’ en bedienaars van de Eucharistie die aan de zijde van de lokale clerus hun verantwoordelijkheid opnemen”.

In 1979 brengt Hugo verschillende maanden door in België om gezondheidsredenen, wat hem echter niet belet de sessie/retraite in Jeruzalem te volgen, waar hij enthousiast en gemotiveerd van terugkomt. Hij keert terug naar Garu als pastoor, doet in 1984 weer een term als pastoor te Wiagha, om nogmaals terug te keren naar Garu, waar hij tot 1996 blijft.

Zijn laatste, maar ook langste benoeming, is in het onthaalhuis van de Witte Paters te Bolgatanga, hoofdstad van de Upper East Region en bisschoppelijke zetel van het bisdom Navrongo-Bolgatanga. Hun gemeenschap bestaat uit drie ‘ouderen’. “Alle drie zijn we ‘gastenbroeders’ voor onze confraters op doortocht, op zoek naar rust en herbronning of wachtend op een ontmoeting met de bisschop of verplicht visa of rijbewijs te vernieuwen Ondertussen zijn we alle drie on call voor de vele christengemeenschappen en religieuze huizen die ons omringen”. Hij voegt er aan toe: “Ikzelf was hier gedurende vijf jaar bezig met een fonds voor studiebeurzen: jongens en meisjes aan schoolgeld helpen voor het secundair en technisch onderwijs. Het project werd gesteund door het Felix Fonds en is nu zo goed als overhandigd aan de autochtone clerus”. Hugo sticht er ook een studentenbibliotheek, laat rolstoelen komen, steunt de voetbal- en volleybalploeg, en nog zoveel andere dingen.

In september 2014 werd afgesproken dat Hugo best naar België zou terugkeren. Hij was dan 84. Zijn gezondheid liet wat te wensen over en hij had meer en meer last van de warmte. Zijn vertrek – als laatste Belgische Witte Pater ! - werd door duizenden Ghanezen uit dankbaarheid feestelijk gevierd. Triomfantelijk ritueel gekleed en met traditionele symbolen getooid, werd hij tot dorpshoofd aangesteld en erkend als een van hen.

Benoemd in onze gemeenschap van Genk, bleef hij de stille, rustige en minzame confrater, discreet en gedienstig, standvastig en trouw in zijn geloof. Hij bleef een spiritueel gedreven man. Begin oktober 2016 kreeg Hugo een beroerte en werd gehospitaliseerd. Hij overleed zaterdagmorgen, 12 november.

  De verrijzenisliturgie zal plaats hebben op zaterdag 19 november 2016, om 11 uur, in de kerk O.L.V. van Fatima te Bret-Gelieren (Zagerijstraat 51 – 3600 Genk).
Concelebranten brengen albe en witte stool mee.
Koffietafel voorzien in „Elysee”, Koerlostraat 19 – 3600 Genk.
De teraardebestelling zal plaats hebben in Varsenare.
 

 
Jef Vleugels           
 

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 471 / 635452

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Onze overledenen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License