missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be

Pater Gerard Meert

mercredi 24 février 2021 par Webmaster2

Vrijdagavond, 12 februari is in Sint-Jan te Brugge onze confrater
Gerard Meert zachtjes ingeslapen, amper enkele dagen na zijn aankomst in Avondrust (Varsenare).

Gerard werd op 22 januari 1928 geboren in de stad Sint-Niklaas in de provincie Oost-Vlaanderen. Het huishouden telde tien kinderen. Thuis werd veel Frans gesproken. Hij volgde de Grieks-Latijnse humaniora in het Sint-Jozef-Klein-Seminarie van zijn geboortestad. Na een jaar Wijsbegeerte en Letteren aan de Faculté Notre-Dame de la Paix te Namen, trad hij in september 1947 binnen bij de Witte Paters te Boechout. Na het noviciaat te Varsenare volgden de studies theologie te Heverlee, waar hij op 11 juli 1953 zijn missionariseed aflegde en op 18 april 1954 priester werd gewijd. Zijn professoren en begeleiders spreken lovend over Gerard, ‘un sujet d’élite’.

Hij is verstandig, evenwichtig, plichtbewust. Niet erg handig met zijn handen maar een goed organisator. Hij werkt zeer ordelijk. Hij is bedaard en eerder wat teruggetrokken, delicaat en dienstbaar. Hij valt op door zijn godsvrucht en heeft een uitgesproken ideaal, wat zijn soms al te strenge stellingnamen verklaart. Hij behaalt in 1956 een licentiaat in godgeleerdheid aan de Gregoriana te Rome. ’s Zondags ging hij vaak enkele uren biecht horen in parochies.
Op zijn aanvraag en op doktersadvies wordt hij ontslagen van verdere studies, met inbegrip van een loopbaan in het onderwijs.Na een catechetisch congres te Antwerpen en een sessie over Katholieke Actie in Rijsel, volbrengt hij de opgelegde maanden ‘militaire dienst’ te Leuven. Op 18 april 1957 vertrekt hij met de ‘Kongoboot’ richting ‘Albertville’ (nu Kalemie), waar hij onderpastoor wordt op de parochie Christus-Koning en godsdienstleraar aan het Europees atheneum.

Hij wordt ook al vlug belast met de bouw van een kerkje in de ‘cité’. “Hij is goed bezig, schijft pater Hoste, regionaal. Heeft wel persoonlijke overtuigingen wat het apostolaat betreft, maar wacht er zich wel voor de manier van doen van anderen te veroordelen.” Hij zou ook wat meer moeten rusten, voegt de regionaal er aan toe. Gerard vermeldt enkele stakingen in bedrijven en dat de blanke werkgevers vinden dat de paters teveel de kant van het werkvolk kiezen. “De Kerk heeft haar sociale leer !”, merkt Gerard op. Hij kan even goed overweg met de gewone mensen als met de ‘évolués’.

In 1959 wordt hij diocesaan aalmoezenier van de Katholieke Actie. Hij is eveneens aalmoezenier van de Soeurs de Saint-Joseph in Lubuye, die zijn conferenties en zijn geestelijke begeleiding zeer op prijs stellen. In mei 1963 wordt hij pastoor benoemd.
Maar ondertussen kent Albertville-Kalemie van dichtbij de naweeën van de onafhankelijkheid. Vooral november 1961 was, zo schrijft Gerard, “een maand van anarchie”. De paters werden lastig gevallen en bedreigd. Alle contact met de ‘cité’ was onmogelijk. “Het zijn kleine groepen jonge mannen en heethoofden die overal terreur zaaien”, schrijft hij. In april 1964 gaat Gerard op verlof en komt terug in september.

Tijdens zijn afwezigheid heeft Albertstad de opstand van de Mulelisten, de zogenaamde Simbas, gekend, maar sinds eind augustus was Albertville weer bevrijd. In 1965 schijft hij : “De geest is dit laatste jaar veel verbeterd in Albertstad ; de mensen staan veel meer open voor ons en voor het religieuse. Op dat gebied heeft men de indruk dat de revolutie van 1964 toch wel zijn vruchten zal dragen. De kruisweg en de dood van de confraters (nvdr. allusie op het vermoorden van de paters Lenaers en Stove te Lubuye) zullen zeker wel ingeschakeld worden in het verlossingswerk ook hier ter plaatse.” Op 4 augustus 1966 moet Gerard, gelegen op een brancard, gerepatrieerd worden met heupzenuwproblemen. Na verzorging in het Tropisch Instituut te Antwerpen volgt een lang herstel met bestraling en injecties. In januari 1967 volgt hij de grote retraite in Villa Cavaletti en keert in juni terug naar Kalemie. “Excellent confrère, travailleur ardent”, zo drukt de regionaal-assistent, pater Michielsen, het in 1972 uit. In juli 1975 verlaat Gerard na 18 jaar Kalemie.
In september, na enkele maanden Engels in London, stuurt men hem naar Fungurume, een nieuwe stichting in het bisdom Lubumbashi, in de cité minière de S.M.T.F. (Société Minière de Tenke Fungurume).

Omdat de mijn zich terugtrekt, wordt Gerard in juni 1978 benoemd om Likasi (parochie Charles-Lwanga) te stichten. In 1982 doet hij de sessie-retraite te Jeruzalem. In 1983 wordt hij tevens verantwoordelijk van de parochie Sint-Bartholomeüs. Hij blijft pastoor van Likasi tot mei 1988. In oktober wordt hij pastoor van de Sint-Martinusparochie van Katuba te Lubumbashi. In deze ‘cité’ met 350 000 inwoners en 10 parochies ontplooit Gérard meer en meer zijn pastorale visie, gebaseerd op de vorming van de leken en de gelovigen leren bidden. Hij organiseert voor jongeren en volwassenen gebedsscholen en neemt daarvoor als leidraad het boek van onze confrater Nothomb “Oui, Père”. Leken trekken van parochie tot parochie om de retraites te leiden voor volle kerken. Hij bouwt veel en zoekt er de financies voor. Als, eind 1991, de militairen in Lubumbashi aan het plunderen slaan (“Alle magazijnen zijn geplunderd en een heel deel zijn uitgebrand. De militairen hebben de burgers uitgenodigd mee te plunderen”, schrijft hij), blijft Katuba gespaard.

Ook ons huis Kaoze in het stadscentrum van Lubumbashi heeft evenmin schade geleden. In september 1994 volgt hij in Rome de sessie Overgang Derde Leeftijd. Bij zijn terugkeer wordt hij raadslid van de Regionaal. Sinds lang tracht hij zijn confraters te overtuigen om oog te hebben voor de steeds aangroeiende buitenwijken zonder de minste pastorale infrastructuur. Hij koopt er percelen, waar dan de zondagsmis begint onder een groot zeildoek en de rest langzaam wordt opgebouwd en nieuwe parochies ontstaan. Zo heeft hij, na de parochie Sint-Philippus, ook nog in de buitenwijk die cynisch ‘Gbadolite’ werd genoemd, Sint-Jan-de- Doper gesticht en op de ‘Plateau’ Sint-Gerardus. Hij blijft pastoor en verantwoordelijke van Katuba Sint-Martinus tot april 2002. Gans het aartsbisdom keek in die tijd op naar Katuba ; ‘het bisdom Katuba’ fluisterde men… In april 2002 wordt hij animator en onderpastoor van Katuba Sint-Bernadette. Begin 2004 komt hij voor enkele maanden op ziekteverlof.

In november 2007 wordt hij nog pastoor van Sint-Kizito, tot aan zijn definitieve terugkeer naar België in september 2011, waar hij zich terugtrekt in Antwerpen. De visionair komt er tot rust en de man van gebed verdiept zich in God. In juni 2019 viert de gemeenschap zijn 65 jaar priesterschap, waar zijn broer Leo een ontroerende laudatio laat voorlezen, “totaal gegeven, een leven van voorbeeld voor ieder van ons”. Toen zijn overlijden bekend werd, reageerden veel parochianen op de dood van hun Baba Gerard. Hij was een doordrijver en kon dus moeilijk zijn. Maar een groot missionaris is van ons heengegaan.
Hij ruste in vrede.

Jef Vleugels

Omwille van de coronaomstandigheden vond de uitvaartliturgie in beperkte kring plaats op donderdag 18 februari 2021 in onze kapel te Varsenare om 10h30, gevolgd door de teraardebestelling ter plaatse.


Accueil | Contact | Plan du site | | Statistiques du site | Visiteurs : 33 / 983328

Suivre la vie du site fr  Suivre la vie du site Onze overledenen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site réalisé avec SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License