missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Vaticaan

Homilie van de Middernachtmis in Rome
25 december 2018 (Uittreksels)

Paus Franciscus
zondag 30 december 2018 door D.F. (Vertaling), Webmaster
De top van het egoïsme oversteken
  “Jozef, met Maria zijn verloofde, trok op naar de stad van David Bethlehem genaamd” (Lc 2,4).

Deze nacht, trekken ook wij op naar Bethlehem om er het mysterie van Kerstmis te ontdekken.

Bethleem : De naam betekent ‘huis van het brood”. In dat ‘huis’ geeft de Heer vandaag een afspraak aan de mensheid. Hij weet dat wij voedsel nodig hebben om te leven. Maar hij weet eveneens dat de voedingswaren van de aarde het hart niet voldoen. In de Schrift, wordt de erfzonde van de mensheid precies verbonden met het eten : “zij nam van het fruit, en at ervan” zo zegt het boek Genesis (3, 6). Zij nam en zij at. De mens is gulzig en verslindend geworden. Hebben, de dingen opstapelen schijnt voor vele personen de betekenis van het leven. Een onverzadigbare gulzigheid doorkruist de menselijke geschiedenis, tot het paradoxale toe vandaag; zo zijn er die zich overgeven aan feestmalen terwijl vele anderen geen brood hebben om te leven.

Bethlehem, dat is de kering om het verloop van de geschiedenis te veranderen. Daar, in het huis van het brood, wordt God in een kribbe geboren. Als om ons te zeggen: “hier ben ik helemaal voor u, als uw voedsel”. Hij neemt niet, hij verleent te eten: hij geeft niet iets, maar zichzelf. In Bethlehem, ontdekken wij dat God niet iemand is die het leven neemt maar degene die het leven geeft. Aan de mens, die vanaf de oorsprong gewend is te nemen en te eten, Jezus begint met te zeggen: “Neemt, eet: dit is mijn lichaam” (Mat. 26, 26).

Het kleine lichaam van het Kind van Bethlehem lanceert een nieuw levensmodel: niet verslinden en in beslag nemen, maar delen en geven. God maakt zich klein om ons eten te zijn. Door ons met hem, Brood des levens, te voeden, kunnen we heropleven in de liefde en de spiraal van gulzigheid en vraatzucht doorbreken. Vanuit het “huis van het brood” brengt God de mens weer thuis, opdat hij een huisgenoot van zijn God wordt en een broer van zijn naaste. Bij de kribbe, begrijpen we dat het niet de goederen zijn die het leven onderhouden, maar de liefde; niet de gulzigheid, maar de naastenliefde; niet de overvloed om ten toon te spreiden, maar de eenvoud te bewaren.

De Heer weet dat we elke dag weer nood hebben ons te voeden. Daarom heeft hij zich elke dag met zijn leven aangeboden, vanaf de kribbe van Bethlehem tot in het cenakel van Jeruzalem. Vandaag nog op het altaar, maakt hij zich tot brood voor ons gebroken; hij klopt aan op onze deur om binnen te treden en zijn maaltijd met ons te nemen (cf. Ap. 3, 20). Op Kerstmis, ontvangen we Jezus op aarde, Brood van de hemel : dat is een eetwaar die nooit vergaat, maar die ons het eeuwig leven reeds doet proeven.

In Bethlehem ontdekken we dat het leven van God in de aderen van de mensheid vloeit. Als we hem ontvangen, verandert de geschiedenis te beginnen voor elk van ons. Inderdaad, als Jezus het hart verandert, dan is het centrum van het leven niet langer mijn hongerig en egoïstisch ik, maar wel hij die geboren is en leeft door liefde. Geroepen deze nacht om uit Bethlehem , huis van brood, weg te gaan stellen wij ons de vraag : wat is de voeding van mijn leven, die ik niet kan missen ? Is het de Heer of iets anders ? Daarna, bij het binnentreden van de grot, terwijl we in de armoede van het Kind een nieuw parfum van het leven opsnuiven, vragen wij ons af: heb ik werkelijk nood aan vele dingen, ingewikkelde recepten om te leven ? Kan ik de zoveel overbodige versieringen nalaten, om een eenvoudiger leven te leiden ? In Bethlehem, naast Jezus, zien we mensen die op weg gegaan zijn, zoals Maria, Jozef et de herders. Jezus is het Brood voor onderweg. Hij houdt niet van de luie verteringen, die lang duren en sedentair zijn, maar hij vraagt dat men haastig van tafel zou opstaan om te dienen, als gebroken broden voor de anderen. Stellen wij ons de vraag : deel ik wel mijn brood met degene die er geen heeft ?
...
“Laten we naar Bethlehem gaan” (Luc. 2, 15) : dat is wat de herders gezegd en gedaan hebben. Ook wij, Heer, willen naar Bethlehem komen. Ook vandaag is de weg opwaarts: men moet het hoogtepunt van het egoïsme overstijgen, men mag niet wegglijden in de ravijnen van de wereldlijkheid en van het consumentisme. Ik wil in Bethlehem toekomen, Heer, want het is daar dat gij op me wacht. En ik moet me rekenschap geven dat gij, neergelegd in een kribbe, het brood van mijn leven zijt. Ik heb nood aan die tedere goede geur van uw liefde, om, op mijn beurt, gebroken brood voor de wereld te zijn. Neem me op uw schouders, goede Herder : bemind door u, zal ook ik kunnen beminnen en mijn broeders bij de hand nemen.

Dan, zal het Kerstmis zijn, als ik u zal kunnen zeggen : “Heer, gij weet dat ik u gaarne zie” (cf. Jo. 21, 17).


Trefwoorden

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 23 / 772780

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen België  De activiteit van de site opvolgen Hedendaags geloof   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.26 + AHUNTSIC

Creative Commons License