missionarissen van afrika
missionnaires d’afrique

L A V I G E R I E . be
Algerije

Zaligverklaring van Pater Charles Deckers (1924-1994)
in Oran (Algerije) op 8 december 2018

Nuntiuncula 710 - December 2018
woensdag 19 december 2018 door D.F. (Vertaling), Webmaster

Charles werd geboren in Antwerpen op 26 december 1924 in een gezin met negen kinderen. Zijn broer Henri is gestorven tijdens de oorlog in 1944. Charles deed zijn middelbare studies in het Jezuïetencollege en deze hadden, gedurende de oorlog, een sociale dienst georganiseerd; zo leerden hun leerlingen zorg te dragen voor de armen. Charles trad niet in bij de Jezuïeten maar bij de Missionarissen van Afrika, voor filosofie te Boechout (1943). Hij deed zijn noviciaat te Varsenare (1945) en zijn theologie te Heverlee (missionariseed op 27.7.1949; priesterwijding op 8.4.1950).

Gedurende zijn vorming toonde Charles een doordringende, analytische geest en een grote intellectuele nieuwsgierigheid. Hij zag in de Islam een bepalende factor voor de toekomst van Afrika. Ook wou hij deze bestuderen om te helpen voor de dialoog tussen de drie godsdiensten van het Boek : Jodendom, Christendom en Islam. Hij was bezorgd om het stijgen van het nationalisme in de Arabische wereld en van het racisme in Europa. Hij was ervan overtuigd dat het fanatisme zich voedt aan de sociale miserie en de verdrukking. Eerste benoeming : Algerije, in de Kashba van Algiers. Hij verbleef daarna twee jaren in de Manouba, in Tunis, om zijn Arabisch te vervolmaken.

Terug in Algerije (juli 1953), is hij te St. Cyprien-des-Attafs. In oktober van datzelfde jaar, is hij in Parijs, rue du Printemps, voor studies van economie en van sociale wetenschappen.

Juli 1955 : Charles is benoemd te Tizi-Ouzou, in Kabylië, waar bij de Berbertaal leert. Hij is verantwoordelijk voor een Jongerencentrum, van 1955 tot 1962 ; directeur van een Centrum voor Beroepsvorming, vanaf 1957, en lid van het Volkssecretariaat, van 55 tot 65. In 1972, uit solidariteit met het Algerijnse volk, neemt hij de Algerijnse nationaliteit.

Een Jongerencentrum voor Kabylen in handen nemen, in die oorlogstijd in Algerije, sloot een risico in : de jongeren van 18 tot 20 jaar waren een aanlokkelijke kweekvijver om te rekruteren voor de opstand. Door gebruik te maken van de voorzichtigheid en de discretie wat betreft de beweging van de Berbers, lukte het hem dit werk te doen leven.

Charles werd bijzonder geliefd door de Kabylen, van wie hij de taal goed kende ; hij hechtte veel belang aan het respect voor de culturele identiteit van Kabylië, hij was werkelijk “Berber met de Berbers” geworden. Hij heeft een onvergetelijke herinnering gelaten bij de ouderen van het Centrum voor Beroepsvorming in Tizi-Ouzou en bij de meisjes van het college van Tadmaït, waar hij leraar Arabisch was. Zijn invloed op de jeugd was zo groot dat de Prefect van Tizi-Ouzou, lid van het FLN (later Ministerie van Opvoeding geworden), hem dat kwalijk nam. In 1976 liet de Prefect dit Centrum sluiten, en het werd Charles verboden nog te verblijven in de Wilaya van Tizi-Ouzou. Hij vestigt zich dan in Algiers, chemin des Glycines, voor een jaar recyclage.

Oktober 1977 : Charles wordt teruggeroepen naar België om er het Centrum El Kalima te stichten (Zuidstraat, in Brussel). Het ging erom een informatiecentrum te openen om de Belgische christenen te informeren die in betrekking komen met de moslimimmigranten en die belangstelling hebben voor de Islam. Charles bracht daar zijn kennis van het Arabisch en zijn ervaring in het Maghrebgebied. Pater Jean-Marie Gérard, medestichter, is overleden enkele maanden na het openen van het Centrum en de ontwikkeling van El Kalima is grotendeels aan Charles te danken.

In 1980, wordt hij inspecteur benoemd van de Vrije Scholen. In die tijd, stelde de aanwezigheid van moslimleerlingen een ernstig probleem : moest men hen verplichten de godsdienstlessen bij te wonen ?

Juni 1982 : Charles wordt benoemd in Jemen waar hij werkt voor de rekening van Catholic Relief Service en waar hij cursussen geeft van Engels aan leerlingen verplegers. Hij woont alleen in Hodeidah en vindt, twee maal per maand, twee andere confraters terug van wie de ene in de Sahara en de andere te Taiz leefde. Door zijn beroepsactiviteiten had Charles contacten met de bevolking van Jemen.

Juli 1987 : terug in Algiers, wordt hij benoemd als pastoor van de Onze Lieve Vrouw van Afrika basiliek. Vlug is hij gekend door vele mensen die hij ontving in het huis van de Witte Paters ; hij aarzelde niet te discuteren met de jongeren, zelfs in de herbergen. Hij sticht eveneens een Centrum voor Beroepsvorming (elektriciteit, timmerwerk) ; talrijke van zijn leerlingen zijn kaderleden geworden van de Algerijnse Staat. Later, heeft Charles het beheer van dit Centrum overgelaten aan een andere. Anderzijds, sticht hij een vereniging voor een beter begrip tussen moslims en katholieken.

Na zijn dood, heeft Mgr. Teissier, aartsbisschop van Algiers, zijn talrijke contacten opgeroepen : “Er waren de vriendschappen die ontstonden uit de beschikbaarheid voor het ontvangen van de pelgrims van alle belijdenissen die de Lieve Vrouw basiliek kwamen bezoeken. Er waren ook de banden met de leden van de Engelssprekende parochie, diplomaten van Groot-Brittannië, geïmmigreerde werksters uit de Filippijnen of avonturiers uit Ghana. Er waren ook zijn leerlingen van Latijn aan de universiteit, zijn leerlingen Engels, zijn leerlingen Frans aan de Nuntiatuur. Er waren de ontelbare personen in moeilijkheden die beroep kwamen doen op zijn edelmoedigheid. Er waren de Kleine Zusters der Armen bij wie hij dienst deed als biechtvader. Er waren de christenen van Kabylië, en hij aarzelde niet de 100 km. baan tussen Algiers en Tizi-Ouzou af te leggen om er deel uit te maken van een gebedsontmoeting. Er was ook nog de gemeenschap van de Zusters Clarissen met wie hij zijn gebed en zijn geloof deelde, elke morgen, in de zo mooie Moorse kapel… De Zusters getuigen dat hij steeds aandacht had voor elk van hen, en geen enkel delicaat gebaar naliet om een feest, een verjaardag te vieren.”

Twee weken voor zijn dood, zei Charles Deckers aan een Belgische bezoeker : “Ik weet dat mijn activiteiten levensgevaarlijk zijn”. Maar hij weigerde het land te verlaten : “Hier is mijn roeping , zei hij, ik blijf hier.” Inderdaad, was Charles zoals zijn confraters ongerust over het verloop van de gebeurtenissen in Algerije.

Op 27 december, nam hij eens te meer de baan naar Tizi-Ouzou, ter gelegenheid van het patroonsfeest van zijn confrater en vriend Jean Chevillard Het was daar dat hij zijn getuigenis moest geven, enkele minuten na zijn aankomst bij de gemeenschap van zijn cofraters. Diezelfde morgen vierde hij nog de Eucharistie bij de Zusters Clarissen met een uitzonderlijke vurigheid

Zijn dood is een schok geweest voor zijn familie, voor zijn vrienden en cofraters. Er werd ter zijner gedachtenis een Eucharistie opgedragen in de kathedraal van Algiers, voorgegaan door Mgr Van den Berghe. Voor het altaar had men een grote foto van de overledene opgesteld, met als inscriptie : “God is liefde”

Kort voor zijn dood, heeft Charles nog gezegd : “Meer dan ooit, denk ik dat de daden meer waard zijn dan de woorden, zelfs als de daden zich beperken tot een aanwezigheid, ter plaatse te blijven voor de mensen. Ik leg mijn lotsbestemming in de handen van de Heer.” (26 maart 1994).

“Petit Echo’’
 

Trefwoorden

Homepagina | Contact | Overzicht van de site | | Statistieken van de site | Bezoekers : 435 / 829654

De activiteit van de site opvolgen nl  De activiteit van de site opvolgen Getuigenissen - Gebeurtenissen   ?    |    titre sites syndiques OPML   ?

Site gebouwd met SPIP 3.0.28 + AHUNTSIC

Creative Commons License